ANDERS    BEKEKEN

SCHILDE-'s-GRAVENWEZEL


JAARGANG 2   NR. 4 -   NOVEMBER 2002                            PAGINA 2



WAS WALLONIE OOIT SOLIDAIR MET VLAANDEREN?

Wanneer Waalse politici geconfronteerd worden met de bestaande mistoestand inzake de geldoverdrachten van Vlaanderen naar Wallonië, dan antwoorden ze steevast, en niet voor een historische leugen vervaard, dat het ooit anders geweest is, namelijk toen Wallonië industrieel welvarend was en Vlaanderen nog een agrarisch onontwikkelde subregio was. Dan, zo beweren ze, zou  Wallonië met grote gulhartigheid economische steun hebben verleend aan Vlaanderen.

 

Deze bewering is historisch ONJUIST : NOOIT heeft er enige solidariteit bestaan van Wallonië ten gunste van  Vlaanderen. 

Eeuwen lang is Vlaanderen, met zijn agrarische producten en subproducten een van de belangrijkste en welvarendste regio’s van West-Europa geweest en het is pas in het begin van de 19e eeuw dat herhaalde misoogsten tot een economische teruggang hebben geleid. Daarbij, en voornamelijk, kwam ook het snelle industrialiseringsproces in Europa op gang, waarvan alleen Wallonië, kon profiteren, dank zij de groeiende industrie rond de Waalse kolenbekkens.  De overweldigende verfransing van het beleid die een gevolg was van de oprichting van de anti-Vlaamse Belgische staat, heeft een verdere bewuste verarming van Vlaanderen in de hand gewerkt, terwijl Wallonië, in dezelfde tendentieuze politieke context haar industriële welvaart kon opdrijven. 

Studies tonen inderdaad aan dat in de periode 1832 – 1912 het verarmde Vlaanderen, met 44,1% van de Belgische bevolking voor 44% van de belasting instond, terwijl het maar mocht genieten van 35% van de overheidsinvesteringen. Ook in de 19e eeuw bestond er dus reeds een geldtransfer van het armere Noorden naar het rijkere Zuiden.  

Hoe tegensprekelijk het mag schijnen,  het is een bewezen feit dat Vlaanderen, in die kommervolle tijd, zelfs relatief veel zwaarder belast werd dan het rijke zuiden. 

Dat Vlaanderen relatief teveel betaalde, was de duidelijke wil van het francofone regime van 1830, dat, in tegenstelling met andere Europese gewesten die de belastingen aan de inkomsten koppelden,  mordicus de verouderde fiscale regeling in stand hield die de belastingsvoet afhankelijk bleef maken van het grondbezit, zonder evenwel rekening te houden met de reële opbrengst ervan. Vlaanderen werd zodoende eigenlijk belast op zijn rijk verleden.

 


In scherpe tegenstelling tot enige vermeende Waalse solidariteit tegenover Vlaanderen, geraakte Vlaanderen integendeel in een Belgische (zeg maar Waalse) fiscale wurggreep.

Dezelfde  onaangepaste wetgeving bevoordeelde bovendien de nijverheid waardoor Wallonië van een uitgesproken voorkeursbehandeling kon genieten.

 Vlaanderen heeft NOOIT de onrechtmatig geïnde belasting teruggezien. 

Het eigen Waalse kapitaal heeft praktisch nooit in Vlaanderen geïnvesteerd. De overheid daarentegen heeft dat in een zekere mate wel gedaan, (spoorverbindingen en waterwegen) echter niet om Vlaanderen ter wille te zijn, maar slechts in zover dat de Waalse industrie, voor haar bevoorrading en export, daar voordeel bij had. 

In de mate dat de Waalse industrie hoge toppen scheerde, ontstond er schaarste op de Waalse arbeidsmarkt. Om dit op te lossen kon er beroep gedaan worden op goedkope Vlaamse arbeidskrachten, gevolg van de hoge werkloosheidsgraad in Vlaanderen. Onze arbeiders bleef niets anders over dan in de meest mensonwaardige arbeidsomstandigheden in de mijnen tewerkgesteld te worden. Zo waren de Vlamingen  de eerste gastarbeiders. Ze konden echter geen beroep doen op de beschermende wettelijke sociale arbeidswetgeving, waarvan hun opvolgers, Italianen en Turken later wel konden genieten. 

Als besluit kunnen we stellen dat er niet alleen nooit van enige Waalse solidariteit, en de daarbij horende economische bijstand, sprake geweest is, maar dat het  nog de Vlamingen zijn die door het opofferen van hun eigen menselijk potentieel, de Waalse economie hebben helpen groot worden.

 Het is onvoorstelbaar – en dit getuigt weer eens van de pathologische Vlaamse parlementaire zwakheid – dat een Vlaams politicus nooit de moed gehad heeft om met deze historische realiteit zijn Waalse opponent van antwoord te dienen.

___________________

Ons  tweede koud  buffet  op  21  september  2002 

EEN SCHOT IN DE ROOS

 


De opkomst voor het koud buffet dat onze afdeling georganiseerd heeft op 21 september 2002 heeft alle verwachtingen overtroffen.  Er waren niet minder dan 175 aanwezigen, waaronder vele niet-leden.  Hieruit blijkt ook dat het even belachelijke als hypocriete "cordon sanitaire" alleen nog in de politieke discours aan  bod komt, maar bij de bevolking al lang doorbroken is.

In een prachtig versierde zaal werd de avond ingezet door onze voorzitster Marijke Dillen, die op haar beurt onze gastspreekster aankondigde, juriste en Vlaams Blok -militante Anke Vander Meersch. In een VLD -burcht als Schilde is het dan ook met veel trots dat wij deze dame met ons in het strijdperk zien treden. Welkom op ons podium Anke! 

In een kernachtige, perfect gestructureerde uiteenzetting heeft ze, aan de hand van haar persoonlijke en ergerlijke belevenissen en frustraties bij de VLD, de hatelijkheid vertolkt die de leiding van deze partij destijds jegens haar heeft aangenomen. Ze nam eveneens de kiesbeloftes van de VLD onder het vergrootglas en vergeleek ze met het daarna gevoerde beleid. 

 


Ze maakte brandhout van de  schijnheilige houding van de VLD.Daarnaast heeft ze op een  overtuigende manier zowel de huidige toestand als het toekomstperspectief van het Vlaams Blok belicht.

 

Het ene succes volgde het andere op. Na de zeer gewaardeerde toespraak van Anke werd het eigenlijke buffet aangesproken en dit was ronduit subliem.

 


De lofbetuigingen gingen crescendo op gebied van presentatie, weelderigheid en culinaire fijnheid. Proficiat aan meester kok Sigrid en al haar medewerksters en medewerkers! 

Hoorde bij al dat lekkers niet wat aangepaste muziek? Jazeker! Daar zorgde de stijlvolle muzikale groep “Tralman” voor met zeer melodieuze muziek. 

De aanwezige jeugd wilde het hele succes wel erkennen, maar wilde wel eens trachten  de opkomstverhoudingen ten opzichte van de senioren in de toekomst om te keren.

 

 De ongemeen lovende uitspraken van ALLE aanwezigen, m.b.t. het genomen  initiatief, versterkt ons in onze vastberadenheid om op dezelfde manier verder te gaan om aldus aan de bevolking de kans te bieden om zich op een "rechtstreekse" manier een persoonlijk oordeel te vormen over  de ware aard van het Vlaams Blok in het algemeen en van de werking van de partij  te Schilde in het bijzonder.

______________

 

   pagina 3         kies blad         start pagina